2. Vaccinatie en screening

Op het terrein van vaccinatie en screening heeft de Gezondheidsraad een omvangrijk takenpakket. Zo adviseert de raad over het Rijksvaccinatieprogramma en andere publieke vaccinatieprogramma’s, zoals vaccinatie tegen griep of COVID-19. Ook adviseert de raad over bevolkingsonderzoeken, over vergunningen voor wetenschappelijk onderzoek hiernaar en ook over screening rondom zwangerschap en geboorte. Hieronder volgt een korte impressie van alle adviezen die in 2024 zijn gepubliceerd binnen het adviesdomein vaccinatie en screening.

Immunisatie tegen RSV in het eerste levensjaar

Van het verkoudheidsvirus RS (respiratoir syncytieel virus) kunnen kinderen in hun eerste levensjaar ernstig ziek worden. Ze kunnen daartegen beschermd worden door het toedienen van antistoffen (passieve immunisatie) of door vaccinatie van vrouwen tijdens hun zwangerschap (maternale vaccinatie). Hiervoor zijn twee nieuwe middelen geregistreerd. Het ene nieuwe middel is bedoeld voor de passieve immunisatie van kinderen en het andere voor maternale vaccinatie. 

Beide middelen worden per injectie toegediend. Volgens de Gezondheidsraad bieden beide nieuwe middelen goede bescherming en weegt de gezondheidswinst op tegen de potentiële bijwerkingen. De Gezondheidsraad heeft een voorkeur voor passieve immunisatie van kinderen boven maternale vaccinatie, omdat daarmee meer kinderen beschermd kunnen worden. De Gezondheidsraad adviseerde daarom in februari om passieve immunisatie tegen RSV op zo korte mogelijke termijn op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. 

Toenmalig staatssecretaris Van Ooijen van VWS stuurde het advies naar de Tweede Kamer met de boodschap dat er geen financiële middelen beschikbaar waren voor opvolging van het advies. Maar door een breed draagvlak in de Tweede Kamer naar aanleiding van dit advies zijn er financiële middelen beschikbaar gemaakt om het advies op te volgen en zullen in 2025 alle kinderen passieve immunisatie tegen RSV aangeboden krijgen.

Alle kinderen beschermen tegen RSV via Rijksvaccinatieprogramma
Het advies Immunisatie tegen RSV in het eerste levensjaar is opgesteld door de vaste commissie Vaccinaties en op 14 februari 2024 aangeboden aan de staatssecretaris van VWS.

Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoek borstkanker

Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar worden elke 2 à 3 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan borstkankerscreening, die bestaat uit het maken van röntgenfoto’s van de borsten (mammografie). De raad heeft op verzoek van de staatssecretaris van VWS beoordeeld of het bevolkingsonderzoek binnen de huidige screeningscapaciteit verder kan worden verbeterd.

In maart concludeerde de raad dat het bevolkingsonderzoek zijn doel bereikt doordat de sterfte aan borstkanker vermindert. Het aanpassen van de leeftijdsgrenzen van de doelgroep, bijvoorbeeld naar 45 jaar, of het wijzigen van het screeningsinterval leiden niet tot een duidelijke verbetering van het bevolkingsonderzoek.

Over enkele jaren verwacht de raad nieuwe wetenschappelijke evidentie over de mogelijke inzet van AI, risicostratificatie en nieuwe beeldvormende technieken als tomosynthese en contrastmammografie (CEM). Verwacht wordt dat het bevolkingsonderzoek hiermee verder kan worden verbeterd. Omdat de nieuwe ontwikkelingen rondom AI snel gaan, adviseerde de raad om alvast voorbereidingen te treffen voor de implementatie hiervan.

Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoek borstkanker 
Het advies Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoek borstkanker is opgesteld door de vaste commissie Bevolkingsonderzoek en op 12 maart 2024 aangeboden aan de staatssecretaris van VWS. 

COVID-19-vaccinatie in 2024

In 2023 adviseerde de Gezondheidsraad om een jaarlijks vaccinatieprogramma tegen COVID-19 op te zetten. Op verzoek van de minister van VWS heeft de raad beoordeeld of er voor 2024 aanpassingen nodig zijn aan het programma. De raad adviseerde in maart om, net als in 2023, 60-plussers en medische risicogroepen in het najaar vaccinatie aan te bieden. Het SARS-CoV-2-virus circuleert nog steeds en kan vooral onder deze groepen zorgen voor ernstige ziekte en sterfte. Vaccinatie biedt daar effectieve bescherming tegen. Ook adviseerde de raad om, net als in 2023, zorgmedewerkers die direct contact hebben met kwetsbare patiënten vaccinatie aan te bieden, om zo indirect risicogroepen te beschermen.

Het vaccinatieaanbod aan alle zwangeren hoefde volgens de Gezondheidsraad niet voortgezet te worden in 2024, omdat het risico op ernstige ziekte en vroeggeboorte heel laag is door de opgebouwde immuniteit van de bevolking tegen de huidige virusvarianten.

Ook in 2024 COVID-19-vaccinatie voor 60-plussers en medische risicogroepen
Het advies COVID-19-vaccinatie in 2024 is opgesteld door de tijdelijke subcommissie Vaccinaties COVID-19 en op 27 maart 2024 aangeboden aan de minister voor Medische Zorg van VWS.

WBO: Onderzoek naar timing ontlastingtest na negatieve coloscopie in het bevolkingsonderzoek darmkanker

Het Erasmus MC vroeg eind 2023 een vergunning aan voor een wetenschappelijk onderzoek binnen het landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker. De aanvragers willen het interval onderzoeken tussen een negatieve coloscopie en de volgende fecale immunochemische test (FIT). Er zijn aanwijzingen dat het huidige interval van 10 jaar te lang is.

De commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad concludeerde in mei dat het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk is en beoordeelde de nut-risicoverhouding als gunstig. De commissie adviseerde de minister van VWS om de vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de proefpersoneninformatie wordt aangepast aan de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).

Onderzoek timing ontlastingtest na negatieve coloscopie
Het advies WBO: Onderzoek naar timing ontlastingtest na negatieve coloscopie in het bevolkingsonderzoek darmkanker is opgesteld door de vaste commissie Bevolkingsonderzoek en op 2 mei 2024 aangeboden aan de minister van VWS.

WBO: Aanvullende screening voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel

Het UMC Utrecht vroeg begin 2024 een vergunning aan voor de DENSE-2-studie, een wetenschappelijk onderzoek naar aanvullende screening met contrastmammografie (CEM) of verkorte MRI voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker. 

Bij vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel kan borstkanker minder goed worden opgespoord met mammografie. Dit terwijl ze juist een verhoogd risico hebben op borstkanker. Het doel van de DENSE-2-studie is te onderzoeken of aanvullende screening met deze technieken bij vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel leidt tot eerdere opsporing van borstkanker en een vermindering van het aantal intervalkankers en hooggradige borstkankers.

De commissie Bevolkingsonderzoek oordeelde dat het voorgestelde onderzoek een gunstige nut-risicoverhouding heeft en deugdelijk is. Ze adviseerde VWS in mei om de vergunning te verlenen onder voorwaarde van een kleine aanpassing in het exclusiecriterium.

Aanvullende screening voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel
Het advies WBO: Aanvullende screening voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel is opgesteld door de vaste commissie Bevolkingsonderzoek en op 29 mei 2024 aangeboden aan de minister van VWS.

Neonatale screening op OCTN2-deficiëntie

OCTN2-deficiëntie is een aangeboren stofwisselingsziekte die weinig voorkomt. De goedaardige vorm van de ziekte komt het meest voor en leidt niet of nauwelijks tot gezondheidsproblemen. De ernstige vorm kan in de eerste levensjaren leiden tot een levensbedreigend lage bloedsuikerwaarde, leverziekte en hartproblemen. Eenmaal opgelopen gezondheidsschade kan onomkeerbaar zijn en zelfs tot sterfte leiden Het inzetten van een behandeling nog voordat zich symptomen voordoen, kan die gezondheidsschade voorkomen. Dit vraagt om vroege opsporing.

In 2023 zijn nieuwe onderzoeksresultaten opgeleverd van een uitgebreid onderzoek naar OCTN2-deficiëntie in Nederland, de ODIN-studie. De staatssecretaris van VWS heeft naar aanleiding daarvan gevraagd om op basis van deze nieuwe onderzoeksgegevens te adviseren over de vraag of het verantwoord is om OCTN2-deficiëntie als doelziekte toe te voegen aan het programma voor neonatale hielprikscreening.

In 2024 adviseerde de commissie Screening rond zwangerschap en geboorte de ernstige vorm van de stofwisselingsziekte OCTN2-deficiëntie op te nemen in de hielprikscreening. Hierdoor kunnen kinderen met deze vorm van de ziekte behandeld worden voordat zij ernstige gezondheidsproblemen krijgen. Vroege behandeling voorkomt deze problemen volledig. Deze winst weegt op tegen de nadelen van screening.

OCTN2-deficiëntie opnemen in de hielprikscreening
Het advies Neonatale screening op OCTN2-deficiëntie is opgesteld door de vaste commissie Screening rond zwangerschap en geboorte en op 1 juli 2024 aangeboden aan de staatssecretaris van VWS.

Zicht op gehoorverlies bij kinderen en jongeren

In Nederland worden baby’s en jonge kinderen gescreend op gehoor­verlies. De Gezondheidsraad is gevraagd of het wenselijk is om tevens alle kinderen tussen 5 en 18 jaar standaard een gehoortest aan te bieden. 

In december constateerde de tijdelijke commissie Gehoorscreening dat er nog veel onduidelijk is over gehoorverlies bij kinderen en jongeren en adviseerde daarom om gehoorverlies door lawaaischade binnen deze groep beter in kaart te brengen. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden aanbevolen, zoals het verbeteren en uitbreiden van de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD en van de huidige vragenlijsten die de jeugdgezondheidszorg (JGZ) inzet. De Gezondheidsraad adviseerde om in alle vragenlijsten dezelfde vragen over gehoor en risicovol luistergedrag op te nemen en de resultaten landelijk te registreren en te monitoren.

Maar het verminderen van blootstelling aan lawaai is volgens de raad het belangrijkste instrument in de strijd tegen gehoorverlies door lawaaischade. De Gezondheidsraad heeft in 2022 geadviseerd bestaande preventieve maatregelen voort te zetten en om prioriteit te geven aan het verlagen van het geluidsniveau en het gebruik van gehoorbescherming, omdat elke maatregel die bijdraagt aan het verlagen van de cumulatieve blootstelling aan harde versterkte muziek het risico op lawaaischade doet afnemen. 

De tijdelijke commissie Gehoorscreening benadrukte het belang van dat advies en vroeg opnieuw aandacht voor de implementatie van de aanbevelingen uit dat advies.

Gehoorverlies bij kinderen en jongeren beter in kaart brengen
Het advies Zicht op gehoorverlies bij kinderen en jongeren is opgesteld door de tijdelijke commissie Gehoorscreening en op 9 december 2024 aangeboden aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport van VWS.

Inzet van vernieuwde typen griepvaccins in het NPG

Griep is een veelvoorkomende seizoensgebonden infectieziekte die wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Mensen die het risico lopen op ernstige complicaties door griep krijgen ieder jaar vaccinatie tegen griep aangeboden in het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG). Er wordt voortdurend gewerkt aan de ontwikkeling van vernieuwde griepvaccins, waarbij op verschillende manieren wordt geprobeerd om de werkzaamheid te verbeteren. Op verzoek van VWS heeft de Gezondheidsraad beoordeeld of het wenselijk is om een of meer van die vernieuwde griepvaccins in te zetten voor de jaarlijkse griepvaccinatie.

De raad heeft de wetenschappelijke gegevens over de werkzaamheid, effectiviteit en veiligheid beoordeeld en concludeerde in december dat 3 vernieuwde vaccins ingezet kunnen worden naast het huidige vaccintype. Bij ouderen kunnen de vernieuwde vaccins meer bescherming bieden. De raad adviseerde om in de uiteindelijke besluitvorming een goede afweging te maken waarbij de kosteneffectiviteit en de uitvoerbaarheid meegewogen worden. De kosteneffectiviteit van vaccinatie zou de referentiewaarde voor preventieve maatregelen niet moeten overschrijden en voor de borging van de kwaliteit van het vaccinatieprogramma zouden er niet meer vaccins ingezet moeten worden dan redelijkerwijs uitvoerbaar is.

Vernieuwde vaccins inzetten voor jaarlijkse griepvaccinatie
Het advies Inzet van vernieuwde typen griepvaccins in het NPG is opgesteld door de vaste commissie Vaccinaties en op 17 december 2024 aangeboden aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport van VWS.

Andere perspectieven dwingen je om elkaar te bevragen

Marion Koopmans
Beeld: ©Gezondheidsraad / RDA/René Verleg

Marion Koopmans is vicevoorzitter van de commissie Vaccinaties van de Gezondheidsraad. Zij vertelt over het werk van de commissie, over de praktijk van multidisciplinair werken en over het belang van steeds opnieuw uitleggen hoe wetenschap werkt.

Waarde van wetenschap

'De waarde van wetenschap zit voor mij met name in de kritische denkwijze waarin je mensen wetenschappelijk opleidt en in het zorgvuldige proces van hypothesen genereren, toetsen, concluderen, eventueel bijstellen en nieuwe vraagstellingen genereren om evidence te vinden en te toetsen. Wetenschap is de motor van nieuwe inzichten, nieuwe behandelwijzen en innovaties. De adviezen van de Gezondheidsraad zijn altijd gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek met benoeming van onzekerheden en de adviezen staan daarom als een huis. Het werk van de Gezondheidsraad wordt wel geschaard onder wetenschap van waarde, maar die term zit bij mij echt in de allergy zone. De term suggereert dat er ook wetenschap is zonder waarde en dat is eigenlijk zo’n rare boodschap. Natuurlijk laat niet elk wetenschappelijk onderzoek zich vertalen in iets waar je qua beleid concreet iets mee kunt, maar dat betekent niet dat het geen waarde heeft.'

Uitleggen hoe wetenschap werkt

'Wetenschap is een zorgvuldig proces en niet zomaar een mening. Om de waarde van wetenschap over te brengen, is het denk ik heel belangrijk dat wetenschappers blijven praten over wat wetenschap is. Ze moeten hun passie voor wetenschap uitdragen, maar ook steeds opnieuw goed uitleggen hoe wetenschap nu eigenlijk werkt. Dat het ook een proces is van leren, dat observaties veranderen en dat daarom ook de conclusie die je eerder trok kan veranderen. Voor de politiek en een breder publiek is dat onbegrijpelijk, tenzij je het steeds opnieuw goed uitlegt.'

Verschillende perspectieven

'In de commissies van de Gezondheidsraad zitten altijd wetenschappers uit verschillende disciplines. Die multidisciplinaire samenstelling dwingt je om elkaar te bevragen. Als de commissie het op een gegeven moment eens is over de basistekst, dan komt de vraag: gegeven de ziektelast en gegeven wat er beschreven kan worden over de veiligheid en effectiviteit van de vaccinaties en de trials, wat is dan het advies? Daar is vaak discussie over vanuit de verschillende disciplines die aan tafel zitten en dat scherpt de onderbouwing van het advies aan. Er zitten bijvoorbeeld regelmatig ethici bij de commissie Vaccinaties. Dat vakgebied staat best ver van mijn eigen werkveld af en dan vind ik juist die inbreng heel interessant. Doordat je met verschillende expertises aan tafel zit, krijg je andere perspectieven op dezelfde vraag en dat dwingt je om goed na te denken over de vraag of die andere perspectieven je eigen inschatting veranderen of niet. Dat vind ik er heel gezond aan.'

Nieuwe typen vaccins

'Ik vond het advies van de commissie Vaccinaties in december 2024 over de inzet van vernieuwde typen griepvaccins interessant omdat dat een beetje vooruitkijkt naar wat eraan zit te komen aan nieuwe vaccinatieconcepten. De pandemie heeft het vaccinveld een boost gegeven en ik verwacht meer nieuwe concepten. En natuurlijk zijn er infecties waarvan we op dit moment niet weten of ze in de toekomst een groot probleem gaan worden. Het is verstandig om nu alvast op een rij te zetten wat de wetenschap zegt over nieuwe typen vaccins en te kijken of daar misschien lessen uit te trekken zijn. Zo zijn we beter voorbereid als infecties uitgroeien tot een probleem. In die zin was dit advies een beetje andersoortig dan de andere adviezen van de commissie Vaccinaties en dat vond ik wel fris.'

Prof. dr. Marion Koopmans is vicevoorzitter van de vaste commissie Vaccinaties van de Gezondheidsraad, hoogleraar virologie aan Erasmus MC Rotterdam, hoofd van de afdeling Viroscience van het ErasmusMC en oprichter en wetenschappelijk directeur van het Pandemic & Disaster Preparedness Centre.