4. Leefomgeving

De Gezondheidsraad beoordeelt of specifieke blootstellingen in de leefomgeving effect hebben op de gezondheid. Bekende schadelijke factoren zijn onder meer luchtverontreiniging, (elektromagnetische) straling, geluid en chemische stoffen. De raad besteedt ook aandacht aan kansen voor een gezondere leefomgeving en aan gezondheidsverschillen die kunnen optreden doordat de mate van blootstelling aan milieufactoren niet gelijk verdeeld is over de bevolking. Hieronder volgt een korte impressie van alle adviezen die in 2024 zijn gepubliceerd binnen het adviesdomein leefomgeving.

Blootstelling aan asbest via leidingwater

Asbest is een schadelijke stof. Het inademen van asbestvezels (inhalatoire blootstelling) kan leiden tot kanker. Asbest kan in zeer lage concentraties ook in leidingwater terechtkomen en daarmee ingeslikt worden (orale blootstelling). Een deel van het drinkwaterleidingnet bestaat namelijk uit asbestcementbuizen.

De Gezondheidsraad is om advies gevraagd over het risico van orale blootstelling aan asbest en de eventuele noodzaak voor maatregelen. De commissie heeft zich gericht op leidingwater, aangezien er in Nederland geen andere bronnen van betekenis zijn van orale blootstelling aan asbest. Uit metingen blijkt dat de concentraties asbestvezels in Nederlands leidingwater heel laag zijn. Bij het grootste deel van de metingen waren de concentraties zo laag dat de aanwezigheid van asbestvezels niet vastgesteld kon worden. In de meeste buitenlandse epidemiologische onderzoeken naar de effecten van orale blootstelling aan asbest in drinkwater waren de concentraties duizenden malen hoger dan in Nederland. In die onderzoeken werd geen verband gevonden tussen blootstelling aan asbestvezels in drinkwater en het optreden van kanker. De Gezondheidsraad concludeerde daaruit dat blootstelling aan asbest in Nederlands leidingwater niet leidt tot een gezondheidsrisico.

Geen gezondheidsrisico’s door asbest in Nederlands leidingwater
Het advies Blootstelling aan asbest via leidingwater is opgesteld door de tijdelijke commissie Risico’s van orale blootstelling aan asbest en op 23 januari 2024 aangeboden aan de staatssecretaris van IenW.

Meetprogramma voor blootstelling aan chemische stoffen

Chemische stoffen zijn overal. Ze worden gebruikt in de landbouw en de industrie en zitten in voedingsmiddelen, geneesmiddelen, consumentenproducten en bouwmaterialen. Of en in welke mate chemische stoffen in het lichaam terechtkomen wordt in Nederland niet gemeten, maar geschat. Hierdoor heeft de overheid onvoldoende zicht op deze blootstelling en ontbreken gegevens die nodig zijn om beleid te controleren en verbeteren. De Gezondheidsraad adviseerde daarom een structureel meetprogramma met biomonitoring in te richten. Dit is een methode waarbij stoffen worden gemeten in lichaamsmateriaal als bloed of urine. De technische mogelijkheden op het gebied van biomonitoring zijn de laatste jaren sterk toegenomen. Door internationaal onderzoek zijn meetmethodes verbeterd, nieuwe methodes ontwikkeld om veel stoffen tegelijk te kunnen meten en zijn gezondheidskundige advieswaarden voor interne blootstelling afgeleid.

Deze aanvulling op het bestaande controlesysteem kan de overheid helpen om meer gericht en beter onderbouwd milieu- en gezondheidsbeleid te voeren.

Meet structureel de blootstelling aan chemische stoffen in de mens
Het advies Meetprogramma voor blootstelling aan chemische stoffen is opgesteld door de vaste commissie Signalering gezondheid en milieu en op 25 april 2024 aangeboden aan de minister en staatssecretaris van VWS en de staatssecretaris van IenW.

Resistentie ondermijnt de behandeling van schimmelinfecties

Ziekteverwekkende schimmels worden steeds vaker resistent tegen antischimmelmedicatie (antimycotica). Hierdoor zijn schimmelinfecties minder goed te behandelen en vaker dodelijk bij mensen met een verminderde afweer. In juni adviseerde de Gezondheidsraad om resistentie bij schimmels terug te dringen en hierbij aan te sluiten bij het beleid voor antibioticaresistentie. Daarvoor heeft Nederland al succesvol beleid en geldt internationaal als gidsland. Door een voortvarende aanpak kan de ontwikkeling van resistentie tegen schimmels net als bij bacteriën aanzienlijk worden vertraagd.

In 2024 verscheen het Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentie 2024-2030. Met dit advies onderstreept de commissie Signalering gezondheid en milieu het belang van aandacht voor schimmels en hun toenemende resistentie tegen antimycotica.

Toenemende resistentie bij schimmels vereist aanpak 
Het advies Resistentie ondermijnt de behandeling van schimmelinfecties is opgesteld door de vaste commissie Signalering gezondheid en milieu en op 6 juni 2024 aangeboden aan de ministers voor Medische Zorg en van LNV en de staatssecretaris van IenW.

Adviezen moeten ethisch en navolgbaar zijn

Ghislaine van Thiel
Beeld: ©Gezondheidsraad / Lex van Lieshout

Ghislaine van Thiel is voorzitter van de vaste commissie Ethiek en recht van de Gezondheidsraad. Zij licht toe hoe ethische, juridische en maatschappelijke overwegingen bijdragen aan de wetenschappelijke kwaliteit van de adviezen van de raad.

Aanvullende afweging nodig

'Ik vind het een vrij radicale reductie van het wetenschappelijk denken om ervan uit te gaan dat alleen het verzamelen van empirische feiten ons als samenleving de weg kan wijzen. Ik denk dat wetenschap breder moet worden beschouwd. Wetenschap bestaat uit empirische feiten, alleen zijn die feiten niet altijd voldoende als basis voor een politiek-maatschappelijk besluit. Aan heel veel beslissingen over hoe we de samenleving inrichten en hoe we de praktijk vormgeven zit een aanvullende afweging. Die afweging is vaak een combinatie van ethische, juridische en maatschappelijke overwegingen.'

Rechtmatig en ethisch beleid

'De Gezondheidsraad geeft beleidsmakers niet alleen informatie maar ook advies. Dan is het aanleveren van alleen feitelijke, puur wetenschappelijke informatie niet voldoende. Een politieke keuze of beleid moet rechtmatig en ethisch zijn. Een advies van de Gezondheidsraad omvat naast relevante feiten ook de stand van de wetenschappelijke discussie in de ethiek en het recht. Daarmee streven wij ernaar om beleidsmakers optimaal te ondersteunen in hun besluitvorming. In sommige gevallen is de ethische of juridische consensus heel duidelijk en kan die ook doorslaggevend zijn in de besluitvorming. In andere vraagstukken is er meer sprake van een grijs gebied, waarin er bijvoorbeeld uiteenlopende ethische standpunten zijn of de relevante wetgeving op verschillende wijze wordt geïnterpreteerd in de juridische literatuur.'

Helderheid van argumentatie

'Het is vaak de rol van de commissie Ethiek en recht om een afwegingskader op te leveren, waardoor je van een door emotie gedomineerde discussie een rationeel afwegingskader kunt maken dat je in de toekomst steeds weer kunt gebruiken. Ook kan de commissie andere commissies ondersteunen om bij gevoelige vraagstukken extra aandacht te besteden aan de helderheid van de argumentatie. Het advies Meetprogramma voor blootstelling aan chemische stoffen uit 2024 is daar een mooi voorbeeld van. Als je een biomonitoringprogramma gaat inrichten, brengt dat mogelijk ethische problemen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en terugkoppeling van metingen aan deelnemers. De commissie Ethiek en recht geeft dan haar visie op deze aspecten.'

Navolgbaar

'Wetenschappers zijn lang niet altijd gewend om zaken te expliciteren op een manier die ook voor de samenleving navolgbaar is. Ik vind dat we steeds moeten laten zien dat we ons baseren op juiste argumentatie, dat we consistent zijn in de kaders die we hanteren, dat we weten waar precies de afweging zit en welke argumenten die afweging ondersteunen. Ethiek en recht werken allebei met argumentatie als instrument. Wij verhouden ons tot feiten, maar de afwegingen en de kaders moeten uit argumentatie komen. Dat is een vak apart. Door de afwegingen in de adviezen van de Gezondheidsraad te expliciteren en te laten zien dat je daarbij consistentie en juiste argumentatie gebruikt, zijn de adviezen overtuigender dan wanneer het voor mensen een soort black box is.'

Werken aan begrip

'Ik vind het een opdracht voor alle wetenschappers en daarmee ook voor de Gezondheidsraad om te werken aan begrip in de samenleving voor hoe de wetenschap werkt. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat mensen begrijpen dat in een risicoafweging het risico nooit nul is. Daarom vind ik ook dat we moeten nadenken over het gebruik van termen als ‘het is veilig’. Wetenschappers gebruiken zo’n term en mensen vatten dat begrijpelijkerwijs op als “er kan niets fout gaan”. Maar dat is niet zo. Je moet de juiste taal hanteren en bereid zijn steeds weer uit te leggen hoe het werkt.'

Dr. Ghislaine van Thiel is voorzitter van de vaste commissie Ethiek en recht van de Gezondheidsraad en universitair hoofddocent Ethiek en governance in de gezondheidszorg aan het UMC Utrecht.